De man met de ijzeren schedel

de overlevingskunst van vijf Nederlandse wondermensen

Al zappend kun je zomaar in een tv-programma belanden over ‘afwijkende’ mensen. Ze treden op in Got Talent-shows, in documentaires en tv-series: reuzen, kleine mensen, extreem dikke mensen (die begeleiding krijgen om af te vallen) en types met bijzondere acts, zoals slangenmensen, degenslikkers en alleseters. We kijken gefascineerd toe, maar waarom?
In De man met de ijzeren schedel laat socioloog Jaco Berveling zien dat deze fascinatie van alle tijden is. Bij ‘freaks’ – een term die vóór 1899 algemeen geaccepteerd was – denken we al gauw aan buitenlandse artiesten, zoals de beroemde Amerikaanse dwerg Tom Thumb (1842-1883). Maar er waren ook Nederlanders die in de periode 1880-1920 met hun afwijking een soms stevige boterham verdienden. Zo stak de kleine Gerrit Keizer Tom Thumb naar de kroon, torende de reus Jan van Albert met zijn 2,42 meter boven iedereen uit en beweerde de Amsterdammer Willem (Billy) Wells over een ongewoon dikke schedel te beschikken. Om dat te bewijzen liet hij bijna 20 jaar lang, vrijwel iedere dag, brokken hardsteen met het formaat van een verhuisdoos op zijn hoofd in stukken slaan.
In dit rijk geïllustreerde boek maakt u kennis met vijf buitengewone Nederlanders en hun overlevingskunst, en verklaart de auteur onze blijvende fascinatie voor ‘wondermensen’.

NB: U kunt een door de auteur gesigneerd exemplaar bestellen door in het bestelformulier onder Bestelnotities ‘gesigneerd exemplaar’ te vermelden.

Meer informatie

 17,50

Extra informatie

Auteur

Jaco Berveling

Uitvoering

Geïllustreerd, Paperback

Formaat

168 pagina's, 13 x 20 cm

ISBN

9789086050277